aan:          Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
              digitaal met DigiD

datum:        9 dec 2024

betreft:      gronden RvS 202406830/1/R2 (hoger beroep BRE 24/2443)

namens:       vereniging Meten=Weten

door:         (tevens correspondentieadres):
              ing. Geert Starre Boom7, KvK nummer 04063297
              Gerard ter Borchstraat 51, 7944 GM Meppel
              www.boom7.nl, info@boom7.nl
              0522-260791
en:           Ecologisch Adviesbureau Henk Baptist
              www.natuurbeschermingswet.nl
              henk@natuurbeschermingswet.nl


Geachte Afdeling,


Bij deze voorzien wij het hoger beroep met uw kenmerk RvS 202406830/1/R2 (inzake afwijzing verzoek om handhaving door GS Zeeland) van gronden.
 

De kern van de zaak

De essentie is niet of het verzoek van Meten=Weten om het gebruik van bepaalde middelen met significante effecten te verbieden moet worden gezien als: De werkelijke kernvraag is:
  1. Wordt daadwerkelijk een einde gemaakt aan de overtreding?
  2. Is er sprake van doeltreffende en effectieve rechterlijke bescherming?
Op beide punten hebben zowel Zeeland als de rechtbank geen adequate invulling gegeven.
 

Toelichting

Het gebruik van bestrijdingsmiddelen zonder natuurvergunning is verboden (zie ECLI:NL:RBNNE:2021:2483 en ECLI:NL:RBNNE:2024:4141).

Meten=Weten en anderen hebben aangetoond dat bestrijdingsmiddelen zich kunnen verspreiden tot in Natura 2000-gebieden, wat kan leiden tot significante effecten. Artikel 6, lid 3 van de Habitatrichtlijn vereist bij het gebruik van bestrijdingsmiddelen een passende beoordeling. Zonder passende beoordeling of natuurvergunning is het gebruik van deze middelen in strijd met artikel 6, lid 2 van de Habitatrichtlijn.
 

Probleem met handhaving

Voor Meten=Weten is het onmogelijk om per individueel gebruik handhaving te verzoeken. Dit is vanwege:
De genoemde uitspraken van de rechtbank Noord-Nederland gaan over enkele specifieke percelen, maar benadrukken twee belangrijke principes:
  1. Het gebruik van pesticiden kan significante effecten hebben.
  2. Toelating door het Ctgb biedt geen garantie om significante effecten uit te sluiten.
 

Het primaire handhavingsverzoek

Het verzoek richt zich op stoffen waarvan bekend is dat ze zich over grote afstanden verspreiden. Dit impliceert dat elk gebruik ervan significante effecten kan hebben en daarmee een overtreding vormt. Elk gebruik kan leiden tot een significant effect, los of in cumulatie.

Het verzoek om het gebruik van deze middelen te stoppen, is daarom de enige effectieve manier om deze overtredingen structureel aan te pakken.

Meten=Weten heeft volgens het Unierecht en het verdrag van Aarhus recht op een dergelijke manier om overtredingen te doen stoppen.
 

Reactie op de uitspraak rechtbank

In tegenstelling tot het gestelde in punt 2 van de uitspraak gaat de bestreden uitspraak van de rechtbank wel over de verplichting van Zeeland op te treden tegen de inbreuk van artikel 6 lid 2. Dit feit wordt vermeld onder punt 4. Het niet ontvankelijk verklaren door de provincie Zeeland zien wij als een methode om geen inhoudelijk standpunt behoeven in te nemen.

Het gestelde in punt 4.1 van de uitspraak is onjuist. Het was van het begin af aan de bedoeling de overtreding van artikel 6 lid 2 van de Habitatrichtlijn te beëindigen. Velen begrepen niet, of wilden niet begrijpen, dat Zeeland hierbij moest optreden tegen de overtreder Zeeland. Zij zien de toelichting hierop als een uitbreiding van het handhavingsverzoek of uitbreiding van de reikwijdte van het handhavingsverzoek.

Het is Nederlands geregeld dat Zeeland het bevoegd gezag is en dit niet berust bij een ministerie.

De interpretatie van Zeeland zoals gesteld onder punt 5. treft geen doel. Er hoeft geen besluit te zijn waarop een handhavingsverzoek betrekking heeft. Wel moet er sprake zijn van een overtreding. Dat is in dit geval Zeeland die het gebod zoals gesteld in artikel 6 lid 2 niet handhaaft. Er is geen sprake van een algemeen verbindend voorschrift. dat zou voorkomen uit een bestuurlijk of politiek besluit.

Er is geen sprake van, zoals de rechtbank onder 5.1 stelt, een algemeen verbod om bepaalde bestrijdingsmiddelen te gebruiken zonder nadere normering dat herhaald toegepast kan worden. Aan de orde is een actviteit die een natuurvergunning vereist en zonder die vergunning wordt uitgevoerd. De provincie is ingevolge de Habitatrichtlijn verplicht hieraan een einde te maken.

Vooralsnog is het niet mogelijk een passende beoordeling te maken omdat de kennis hiertoe ontbreekt. Een natuurvergunning kan dus niet worden verleend. Op basis van het voorzorgbeginsel zit er niets anders op dan de activiteit niet toe te staan. Mogelijk dat de provincie een andere oplossing ziet, maar het gestelde in artikel 6 lid 2 is een resultaatverplichting.

Het gestelde onder punt 6.4 van de uitspraak is een cirkelredenatie. Aan de woorden in dit artikel 9 ; "binnen het kader van haar nationale wetgeving", kan niet de betekenis worden gehecht dat nationale regelgeving het gestelde in het verdrag van Aarhus buiten werking kan stellen. In onderhavig geval is sprake van inbreuk op een recht vanwege het nalaten door Zeeland om te handelen.
 

Verzoek

De Vereniging Meten=Weten verzoekt de Afdeling de uitspraak te vernietigen en Zeeland op te dragen om de inbreuk te beëindigen.


Met vriendelijke groet,


Geert Starre en Henk Baptist